internetboekhandel.nl
buttons Home pagina Kassa pagina, Winkelwagentje Contact info Email ons
leeg Home pagina Kassa pagina, Winkelwagentje Contact info Email ons Home pagina Rijks
Boekenweek
Rijks Home pagina Home pagina Kassa pagina, Winkelwagentje Contact info Email ons Besteller 60
 
Nederlands Buitenlands   Alles  Titel  Auteur  ISBN        
Geschiedenis
Moderne geschiedenis(1870-heden)
Bij u in huis op: donderdag
Bestel vóór: 23:15


V Van der Vinne

De autoproblematiek in Nederland

de vertrouwde auto heeft de langste tijd gehad

€ 24.95

Waarom worden de files steeds langer? Waarom zijn er niet meer autowegen aangelegd? Wat zal de kilometerheffing voor de automobilist betekenen? Kan het openbaar vervoer een goed alternatief bieden? Raakt onze olie op? Waarom ontwikkelen autofabrikanten hybride en elektrische auto’s?

Al voor de komst van de auto nam de mobiliteit in ons land zo sterk toe dat die op grenzen stuitte. De auto bood hiervoor een uitkomst. In de loop van de jaren steeg de welvaart en werden auto’s en het gebruik daarvan steeds goedkoper. De steeds sterker groeiende automobiliteit zorgde er voor dat men tegen nieuwe grenzen aanliep. De dagelijkse files zijn daarvan een voorbeeld. Ook de inrichting van ons land is door de automobiliteit sterk veranderd. Langs snelwegen ontstaan tal van bedrijvenparken en vinex-locaties. Er vindt een verregaande scheiding plaats tussen wonen en werken. De afhankelijkheid van de auto brengt risico’s met zich mee. De vraag naar olie neemt toe, terwijl de voorraden afnemen. De olieprijs zal in de toekomst steeds verder oplopen en er zal gezocht moeten worden naar alternatieve energiebronnen.

Aan de hand van historische kaders worden in dit boek het ontstaan en de complexiteit van de hedendaagse autoproblematiek beschreven en verklaard. Door terug te kijken naar het verleden, wordt ook duidelijk gemaakt dat we aan de vooravond staan van grote veranderingen. Het gebruik van de auto wordt hierdoor bedreigd. Dit boek geeft antwoorden op de vragen betreffende de toekomst van de automobiliteit.


Recensie:
Financieele Dagblad
T. Ypma 13-03-2010
'Kleine elektrische wagentjes en elektrische trams en bussen rijden af en aan in de stad, maar de snelwegen zijn praktisch verlaten. Daar wordt gefietst en geskatet, en in sommige gevallen hebben lokale milieuactivisten stukken asfalt verwijderd en slaplantjes geplant. Wat is er aan de hand? De olie is te kostbaar geworden om te verbranden, en mensen hebben noodgedwongen hun mobiliteit aangepast. Zo'n soort toekomstscenario krijgt de lezer voorgeschoteld in het vandaag verschenen boek De autoproblematiek in Nederland. De vertrouwde auto heeft zijn langste tijd gehad van mobiliteitshistoricus Vincent van der Vinne. Hij laat met een blik op de geschiedenis van de mobiliteit vanaf 1700 zien hoe bijzonder én hoe tijdelijk de vrijheid van leven met een auto eigenlijk is. Vóór de mechanische manier van voortbewegen waren er de eigen benen en het paard, al dan niet met wagen of trekschuit. Met de komst van de stroomtrein en de stoomtram in de tweede helft van de 19de eeuw veranderde dit. De kolen waarop de vervoermiddelen werkten, kwamen niet in de plaats van voedsel en konden ruimer worden ingezet. Rond 1900 werd de auto geïntroduceerd, die op de recentelijk gevonden olie kon rijden. In het begin was de auto iets voor de rijkelui. Zij gingen er op zondag toertochtjes mee maken. De verkeersregels waren nog gebaseerd op paard en wagen, zodat een auto ook weinig extra voordelen bood: hard mocht je er niet mee. Dit beeld bleef overeind tot taxibedrijven ontstonden die het paard verruilden voor de auto. In het interbellum nam het aantal auto's toe: hun aantal werd niet meer beperkt door de factor grond, want er waren meer wegen voor gemotoriseerd verkeer, maar nu, zij het minder, door de factor geld. Meer mensen konden zich een auto veroorloven. En omdat autorijden in de loop der tijd steeds goedkoper is geworden, is de toename van het aantal autokilometers sindsdien alleen maar gestegen. De overheid werkte eraan mee: het recht om auto te rijden werd een soort grondrecht, en de bijbehorende infrastructuur met snelwegen een vanzelfsprekendheid. Reiskilometers voor woon-werkverkeer werden na de oorlog aftrekbaar voor de belasting, waardoor autorijden ook voor de gewone man aantrekkelijk werd. Rond 1900 reisden mensen gemiddeld nog geen 200 kilometer per jaar, heden ten dage reizen Nederlanders gemiddeld meer dan 10.000 kilometer per jaar, vooral met de auto. Met een op handen zijnde oliecrisis zal dit veranderen, zo schetst de historicus. En zolang in dit veranderingsproces de auto het referentiepunt blijft, bereiden we ons hier onvoldoende op voor. De historicus houdt daarom een stevig pleidooi voor overheidsingrijpen, hoewel hij zelf al stelt dat hier binnen het democratisch stelsel weinig van te verwachten valt. Plannen met de kilometerheffing stammen al uit de jaren tachtig, toen was gebleken dat meer asfalt de fileproblematiek niet oploste. Belangenorganisaties en media wisten echter iedere keer het recht op de auto succesvol te verdedigen, waardoor er grote geldstromen richting auto-infrastructuur bleven gaan. Nu is de kilometerheffing opnieuw van tafel geveegd, en als zij er toch komt, dan in een vorm waarin het autorijden in zijn totaliteit nog niet duurder wordt. Vergeleken met het wel in prijs gestegen openbaar vervoer is het dan nog altijd goedkoop. De reden van het einde van de auto zal tegelijkertijd ook de enige factor zijn die het aantal autokilometers langzaam zal doen verminderen. Als autorijden echt duur wordt, zullen eerst de gewone mensen en vervolgens de zakelijke rijders minder kilometers maken. Er wordt wel naarstig gezocht naar alternatieve brandstoffen, maar biobrandstoffen kunnen de wereldvraag nooit dekken. Die zouden leiden tot een hernieuwde koppeling tussen grondgebruik en mobiliteit, terwijl de mobiliteit door de ontkoppeling de pan uit is gerezen. Afgezien daarvan is bio-ethanol nodig voor onder andere de industrie. Daarnaast is er waterstof, maar dat verkeert nog lang niet in de gebruiksfase. Het enige alternatief is volgens Van der Vinne de elektrische auto, ook al heeft deze 'maar' een actieradius van 180 kilometer (de Think). 'Dat moet voldoende zijn om de dagelijkse afstanden mee te overbruggen. De gemiddelde woon-werkafstand is 22 kilometer. Van de ritten wordt 40% bovendien gemaakt voor een afstand van minder dan 5 kilometer. Voor lange afstanden is de trein een alternatief.' Tegelijkertijd plaatst hij ook hier kanttekeningen: elektrisch heeft alleen zin als er voldoende duurzame (wind)energie wordt opgewekt en auto's worden opgeladen in daluren. Wanneer (bijvoorbeeld) gas eerst omgezet wordt in elektriciteit en die weer in een elektromotor, is er twee keer verlies en moeten we een alternatieve brandstof voor onze huizen gaan zoeken. Kolen houden de elektriciteitscentrales nog even brandende, maar dat is ook eindig. Ondanks het huidige beperkte aanbod van duurzame elektriciteit voorspelt Van der Vinne toch een omschakeling. Hij denkt dat het deze keer niet per se de welgestelden zullen zijn die massaal overgaan: zij kunnen de duurder worden benzine nog lang blijven betalen en zullen het opladen van een accu niet als een voordeel beschouwen. Vanwege de hoge aanschafkosten van de elektrische auto zullen ook de gewone mensen er niet snel toe overgaan. Die gaan met het openbaar vervoer of schaffen een, al dan niet elektrische, tweewieler aan. De zakelijke rijders zijn daarom de eerste doelgroep voor de elektrische auto. Die moet volgens Van der Vinne gefaciliteerd worden, omdat de economie zonder individueel vervoer een te grote schok krijgt. Dat kan leiden tot destabilisatie. De overheid moet daarom op tijd oplaadpunten creëren en de benzineauto duurder maken om klaar te zijn voor de toekomst. Een toekomst met schonere, maar tegelijkertijd ook minder kilometers. Eeuwenlang was het paard het enige vervoermiddel voor de lange afstand. En dan alleen voor de rijken, de gewone man ging te voet. In de 17de eeuw kwam de trekschuit op, die steden met elkaar verbond. Mensen konden tegen betaling mee op door paarden getrokken schuiten. Na 1820 deed de diligence zijn intrede, omdat er toen wegen werden aangelegd. Het was een Frans type koets dat sneller kon dan de ouderwetse wagens. In alle gevallen was de hoeveelheid kilometers die je kon afleggen afhankelijk van grondgebruik: paarden hadden haver nodig en de beschikbare hoeveelheid hing af van het aantal beschikbare hectaren. Van diezelfde grond moesten de mensen ook eten, dus was de hoeveelheid paardkilometers beperkt. '

Extra informatie: 
Hardback
312 pagina's
Met illustraties
Maart 2010
912 gram
249 x 177 x 25 mm
Uitgeverij Siemes
Achterkant:
Bekijk de achterkant

Bij u in huis op: donderdag
Bestel vóór: 23:15