internetboekhandel.nl
buttons Home pagina Kassa pagina, Winkelwagentje Contact info Email ons
leeg Home pagina Kassa pagina, Winkelwagentje Contact info Email ons Home pagina Rijks
rijks
Rijks Home pagina Home pagina Kassa pagina, Winkelwagentje Contact info Email ons Besteller 60
 
Nederlands Buitenlands   Alles  Titel  Auteur  ISBN        
Sport en spel
Sportbiografieën
Bij u in huis op: dinsdag
Bestel vóór: 23:15


Harm Kuipers

Van start op twee linker schaatsen

autobiografische vertelling

€ 14.95

Arts, wetenschapper, oud-topschaatser en vliegenier Harm Kuipers (1947,
Donderen) vertelt in Van start op twee linkerschaatsen op nuchtere en
relativerende toon zijn levensverhaal, waarin wetenschap en sport moeiteloos
in elkaar overvloeien. Zijn beweegredenen zet hij uiteen, maar hij geeft ook
helder uitleg over sportvoeding, trainingsschemaís, inspanningsfysiologie,
doping, maagledigingen en voorzorgslandingen.
Zo analyserend als hij zijn hele loopbaan is, zo ontleedt hij ook de ziekte
die hem de laatste jaren in zijn greep heeft. Ook daar weet hij de lessen
die hij leerde om te zetten in duidelijke en beargumenteerde adviezen.

ëZijn leven pent hij hier in klare, bijna gehoekte taal neer. Het leest als
een sterk en op karakter gereden tien kilometer in de open lucht.í
Mart Smeets

Recensie:
Op zoek naar de grenzen ... van wilskracht
Adri Broeke Sportknowhowxl 22-01-2013
'Het afgelopen jaar verschenen er opvallend veel publicaties over wilskracht en zelfcontrole. Blijkbaar hebben we in toenemende mate moeite met het beheersen van emoties of het weerstaan van verleidingen. Volgens de bijbehorende hoeveelheid populaire zelfhulpprogramma`s is er echter hoop. Wilskracht is namelijk net als spierkracht te trainen! Na twee domme rode kaarten en als gevolg daarvan een 3-0 nederlaag tegen FC Twente vroeg AZ-trainer Gert Jan Verbeek zich eind vorig jaar met mij sceptisch af: `wilskracht training, gaat dat werken?` Weg met het jezelf zijn In zekere zin is het met `de moderne Freud` Roy Baumeister en zijn vrouw Dianne Tice begonnen. In 1994 publiceerde ze het wetenschappelijke boek `Losing control`. Daarin concludeerden ze dat een gebrek aan zelfbeheersing in belangrijke mate bijdraagt aan hoge scheidingspercentages, huiselijk geweld, misdaad en een reeks andere psycho-sociale problemen. Sedertdien volgde een flink aantal experimenten en onderzoeken op dit gebied. Mensen met een goede zelfbeheersing deden het volgens de onderzoekers op alle fronten stukken beter. Ze bleken uitzonderlijk goed in het aangaan en onderhouden van duurzame relaties. Ze hadden aanzienlijk minder last van eetstoornissen, drankproblemen en ander obsessief gedrag. Door de bank genomen waren ze veel succesvoller en gelukkiger dan degenen met een gebrekkige zelfcontrole en wilskracht. Weg met het `jezelf zijn` van de losbandige babyboom generatie? Doorslaggevend bewijs werd in 2010 geleverd door een langlopend onderzoek uit Nieuw-Zeeland. Liefst duizend kinderen werden vanaf hun geboorte tot hun tweeëndertigste gevolgd op hun mate van zelfbeheersing en de gevolgen daarvan in hun dagelijks leven. De kinderen met veel zelfbeheersing waren als volwassen gezonder, hadden een goede baan en leefden veel vaker in een stabiel twee oudergezin. De kinderen met weinig zelfcontrole bleken in hun latere leven financieel uiteindelijk slechter af. Ze bezaten minder vaak een eigen huis en ontbeerden enig spaargeld op de bank. Degenen die laag scoorden op zelfbeheersing pleegden ruim drie en een half keer vaker een strafbaar feit. Zelfs als rekening gehouden werd met intelligentie, etnische achtergrond en verschillen in sociale klasse waren de onderzoeksresultaten significant. Dit alles liet aan duidelijkheid niets te wensen over: zelfregulatie is de sleutel tot een goed en gezond leven. Egodepletie voorkomen Toen Baumeister (1953) in de jaren zeventig zijn carrière begon aan de Princeton University, deelde hij nog de heersende scepsis over het ouderwetse fenomeen wilskracht. Het was de tijd van de `ik ben o.k., jij bent o.k.`-generatie. Zelfwaardering, lekker jezelf zijn en zoveel mogelijk je eigen gang gaan stonden centraal. In zijn met wetenschapsjournalist John Tierney geschreven recente bestseller `Wilskracht` houdt hij nu een vurig pleidooi voor de comeback van de wil en zelfcontrole. Evolutionair gezien zijn we immers sociale wezens die zichzelf in bedwang moeten houden om met en binnen de leefgemeenschap te kunnen (over)leven. Een aantal sociale valkuilen daarbij vermijden we sowieso dankzij ons onbewuste brein. Maar om ook op termijn gezond te leven en weerstand te blijven bieden tegen aantrekkelijke maar onwenselijke verlokkingen komt de bewuste zelfbeheersing om de hoek kijken. Dit vermogen om gedachten, gevoelens en handelen te reguleren heet wilskracht. Uit al het onderzoek er naar kwamen twee dingen onomstotelijk naar voren: 1. Wilskracht is eindig en raakt uitgeput bij gebruik. 2. Dezelfde voorraad wilskracht wordt voor allerlei uiteenlopende taken aangewend. Het vermogen om wilskracht te tonen wijzigt zich voortdurend. Het moet op tijd - onder meer met glucose - gevoed worden. Baumeister bedacht voor het verminderde wilskracht vermogen - met een verwijzing naar Sigmund Freud - een nieuwe term `egodepletie`. Onze hersenen gaan dan trager werken. De alarmsignalen worden zwakker. Bij egodepletie reageren mensen veel intenser dan normaal en worden de verlangens aanzienlijk sterker. Hoe meer we ons tegen iets aantrekkelijks verzetten, hoe groter de kans dat onze wilskracht uitgeput raakt en we alsnog voor de verleidingen bezwijken. Daarom komt er van de vele goede voornemens bij het nieuwe jaar meestal niets terecht. Hoe je het ook wendt of keert, op het gebied van zelfbeheersing en wilskracht bevinden we ons in een catch-22 situatie. Hoe hier uit te komen? Het gekwantificeerde zelf Te veel keuzes en vrijheid putten onze wils voorraad uit. Gewoontes en automatismen daarentegen besparen wilskracht. De automatische piloot - je onbewuste ik - moet je verstandig leren gebruiken. Wilskracht ontstaat niet uit uitzonderlijke morele hoogstandjes of heldendaden maar - net als bij autorijden - door allerlei dagelijkse beslissingen te automatiseren. Door training wordt je wilskracht groter en hou je dingen langer vol. Maar net als fysieke training moet de mentale trainingsarbeid aan bepaalde voorwaarden voldoen. Kies bijvoorbeeld voor voedsel met langzame verbranding. Zorg voor voldoende slaap en een goede over de dag verspreide arbeid-rust verhouding. Neem niet te veel hooi op je vork en ken je beperkingen. Maak alleen plannen die een realistische kans van slagen hebben. Overbelasting leidt tot minder controle en sterkere verleidingen. Let op symptomen van wils zwakte. Wees waakzaam als je je drukker maakt dan normaal of als je je sterker dan ooit voelt aangetrokken door niet bewust gewenste of gekozen doelen. Maak dingen af en stel de uitvoering van keuzes niet onnodig uit. Monitor je (onbewuste) prestaties. Door jezelf te meten kan je jezelf verbeteren. Het geloof in de maakbaarheid van het individu is dankzij Baumeister en de zijnen weer helemaal terug. Net als de in boeken en televisieprogramma`s verpakte traditionele zelfhulpindustrie draait inmiddels de in applicaties handelende eigentijdse consumptieve gezondheidfabriek op volle toeren. Weg met het jezelf zijn. Leve The Quantified Self. Op wilskracht wereldkampioen Toen hij in 2010 te horen kreeg dat ie een vervelende vorm van prostaatkanker had, is hij naar eigen zeggen meteen gaan schrijven. Onder de titel `Van start op twee linkerschaatsen` zette oud-wereldkampioen schaatsen Harm Kuipers zijn autobiografische vertellingen op papier. Voor het te laat is, zal hij gedacht hebben. Op eigen kracht neergeschreven, volgens het voorwoord van Mart Smeets nogal gehoekt, anekdotes, kijkjes achter de schermen van het topschaatsen en bij flarden ontroerende persoonsgebonden bekentenissen. Duidelijk niet op sensatie belust. Van zijn techniek of zijn natuurtalent moest Kuipers het niet hebben. Niet voor niets werd hij `de beul van de Helperzoom` genoemd. In zijn dagelijkse route van het inmiddels wereldberoemde project-X dorp Haren naar zijn coschapwerk aan het Academisch Ziekenhuis te Groningen scheurde hij langs de zogenaamde Helperzoom. Een rechttoe rechtaan weg waarbij het niemand lukte om zijn wiel te houden. Harm moest het vooral hebben van zijn kracht en zijn uithoudingsvermogen. En niet te vergeten zijn grenzenloze wilskracht. Toen bij de aanloop van zijn schaatscarrière een stuk bot in zijn knie was afgescheurd, vertelde de professor orthopedie dat zijn schaatsloopbaan wellicht voorgoed voorbij was. Het leidde gelukkig wel tot totale afkeuring voor de militaire dienst. Door veel oefenen en doorzetten kon de sportloopbaan toch worden doorgezet. Niet zonder succes. Onder de hoede van oud-militair en schaatstrainer Leen Pfrommer werd Kuipers in 1975 in het Bislett Stadion te Oslo met een fractie van een seconde voorsprong wereldkampioen. Hij genoot van het schaatsen op topniveau maar eigenlijk ging zijn hart uit naar de geneeskunde. Topsport was duidelijk een tijdelijke zaak. Hij lijkt achteraf trotser op zijn wetenschappelijke dan op zijn sportprestaties. Willens en wetens positief Via de ULO (de toenmalige MAVO) in Norg, de Rijkskweekschool te Groningen en het staatsexamen HBS-B (vergelijkbaar met het huidige Atheneum) werd hij in 1976 aangesteld als arts/wetenschapper aan de pas opgerichte Universiteit van Maastricht. Naast een zekere mate van intelligentie, vergde de lange studieloopbaan ook nu weer heel veel zelfdiscipline, doelgericht plannen en hard werken. Tijdens de schaatsloopbaan ging zijn interesse al uit naar de trainingsfysiologie. Hij ontdekte als onderzoeker onder meer dat duurgetrainde sporters tijdens lange intensieve arbeid een deel van het opgenomen voedsel konden omzetten in glycogeen. In de finale lukte het wielrenners die door de knechten uit de wind werden gehouden daarom aan het eind toch nog extra hard te koersen. Als lid van de medische commissie van de Internationale Schaats Unie (ISU) hield bewegingswetenschapper Kuipers zich vooral met dopingzaken bezig. Uiterst nauwgezet en technisch gecompliceerd werk dat veelal onder grote media aandacht en tijdsdruk uitgevoerd moest worden. Bedrog en dopinggebruik maakte hij van dichtbij mee. In de zaak Claudia Pechstein bijvoorbeeld. Achter de schermen was hij als dopingdeskundige namens de ISU nauw bij het onderzoek betrokken. Kuipers liet zich niet misleiden door alle strategische zetten van het Pechstein-team. Uiteindelijk werd de schaatsenrijdster ondanks allerlei manipulaties van haar advocaten tot twee jaar schorsing veroordeeld. Toch blijft hij doping zien als een randverschijnsel van de sport. Het gebruik ervan maakt naar zijn overtuiging van een middelmatige sporter niet opeens een onoverwinnelijke topper. Na de diagnose uitgezaaide prostaatkanker in 2009 en de ingrijpende behandeling met hormonen en bestraling werd twee jaar later een agressieve vorm van slokdarmkanker bij hem geconstateerd. Via chemoradiatie is een behandeling ingezet met het perspectief op een uiterst kleine kans om in leven te blijven. Onder het kopje `Hoeveel pech kun je hebben` beschrijft Kuipers op haast klinisch neutrale wijze wat hem is overkomen. Opnieuw van veel zelfbeheersing getuigend. Hij en zijn vrouw blijven positief. Elke dag nog een stukje fietsen, zij het met een slakkengangetje. Ook al is de prognose nog zo slecht, ze proberen op z`n Drents het hoofd recht te houden. Het boek van Baumeister is karaktermens Harm Kuipers op het lijf geschreven. Een rolmodel voor velen op het gebied van wilskracht. Dat hij nog maar lang van het leven mag genieten.'

Extra informatie: 
Paperback / softback
150 pagina's
Met illustraties
November 2012
239 gram
214 x 146 x 13 mm
2010 uitgevers

Bij u in huis op: dinsdag
Bestel vóór: 23:15